Maandelijks archief: september 2015

Uitzicht hornisgrinde

Het noordelijke Zwarte Woud op de racefiets

10 september 2015 – In de vroege zomer van dit jaar waren we al eens in het Zwarte Woud. Door de extreme hitte die er toen was, konden we de fietsplannen die we hadden niet helemaal voltooien. Er bleven nog twee beklimmingen over die we heel graag wilden doen: de Hornisgrinde en de Zuflucht. De hoogste en waarschijnlijk de zwaarste klim van het noordelijke Zwarte Woud. Gelukkig zagen we tijdens onze zomervakantie kans om, op de terugreis van Bormio naar Nederland, terug te keren naar het woud en deze twee beklimmingen te fietsen.

Hornisgrinde

Waar de klim naar de Hornisgrinde precies loopt, is niet zo eenvoudig te definieren. Eigenlijk is alleen het laatste stukje tot de top, vanaf de Mummelsee op de Schwarzwald Hochstraße tot de toren die de top markeert, echt een vast onderdeel van de klim. Er zijn namelijk verschillende manieren om op de Schwarzwald Hochstraße terecht te komen. Wij kozen ervoor om in Kapelrodeck te beginnen.

Onze camping bevond zich in Oppenau en we moeten eerst een stuk langs een redelijk drukke weg totdat we Kapelrodeck bereiken. Het loopt hier iets af, dus dat verloopt voorspoedig. We weten echter niet precies waar de voet van de klim ligt. In het centrum van Kapelrodeck begint de weg te stijgen, zou het hier zijn? Na enkele kilometers krijgen we weer een mooie afdaling en het is ons duidelijk dat we nog wat verder moeten. Even voor Seebach begint de klim dan echt. Nergens wordt het echt steil, maar het stijgt gestaag zo rond de 6%. We zijn net terug uit Italië en het contrast van landschap en wegen is enorm. Waar we in Italië nog tussen de ruige bergen over vrij smalle wegen fietsten, rijden we nu over brede asfaltwegen met ruime bochten door een lieflijk groen landschap.

Terwijl we een wijde, linkse bocht maken geeft een bordje aan dat we nog 5 kilometer tot de Schwarzwald Hochstraße moeten en deze kilometers blijken heel goed te doen. Als we de hochstraße bereiken, slaan we linksaf en fietsen nog enkele kilometers door tot de Mummelsee. De hoeveelheid toeristen doet vermoeden dat hier een enorm meer te vinden is, maar niets is minder waar. Om de top van de Hornisgrinde te bereiken, fietsen we langs het meer omhoog. Deze laatste kilometer is redelijk steil, maar goed te doen. Er zijn veel mensen die vanaf de Mummelsee naar de Hornisgrinde toren wandelen. Even opletten dus! Vlak voor de enige haarspeldbocht heb je een fantastisch uitzicht over de vallei. Dat is iets om op de terugweg nog even goed te bekijken.

panorama Hornisgrinde

Boven eten we een broodje, maar we blijven niet te lang. Het waait hard en daardoor is het behoorlijk koud. We beginnen dus snel aan de afdaling, maar niet voordat we nog even goed van het schitterende uitzicht genoten hebben. Als we weer op de Schwaldwald Hochstraße zijn, slaan we linksaf en fietsen we naar Ruhestein. Deze mooie afdaling brengt ons via de Allerheiligen watervallen terug in Oppenau, het startpunt van onze route.

Zuflucht

Op de laatste dag van onze vakantie staat de Zuflucht op het programma. Slechts 7,5 kilometer, maar er moeten wel ruim 650 hoogmeters overbrugt worden. Dat zal niet gemakkelijk worden. We beginnen wel eenvoudig met enkele licht dalende kilometers tot de voet van de klim. Zo kunnen we toch nog een beetje opwarmen, maar dan moeten we er toch echt aan geloven.

Freierberger HutteDe klim naar Zuflucht heeft één groot voordeel: de weg is verboden voor verkeer zwaarder dan 6 ton en er is dus geen vrachtverkeer. Het begin is gelijk zwaar en onregelmatig. Via enkele bochten slingert het met een stijging van 10 – 12% naar boven. Op de tussenliggende stukken is het iets eenvoudiger, maar pas na zo’n 3 kilometer wordt het regelmatiger en wordt het mogelijk om in een ritme te komen. Toch wordt dit ritme even later weer bruut verstoord. Het vlakt even helemaal af en dat kan niet veel goed betekenen. Voor ons loopt de weg rechtdoor, maar het is veel steiler dan het lijkt. De fietscomputer geeft 12-13% aan en het houdt maar niet op. Er volgt nog één steile bocht en dan wordt het beter, maar ook opnieuw onregelmatiger. Stukken van 10% worden afgewisseld met stroken 4% en dan is het echt gedaan met de klim. Aan onze rechterzijde is een uitzichtpunt maar we fietsen door totdat we de Schwarzwald Hochstraße bereiken. We pauzeren even en gaan dan verder.

Kniebis

We fietsen een stuk over de Schwarzwald Hochstraße en dalen dan de Kniebis af. Enkele jaren geleden zijn we ook in dit gebied geweest en toen lag deze afdaling er niet al te best bij. Inmiddels ligt hier een hele mooie laag asfalt en is dit echt een superafdaling. We fietsen verder naar Bad Rippoldsau en Schapbach waar de klim naar de Freierbergerhutte wacht. Deze zijde is eenvoudig: ongeveer 6,5 kilometer fiets je door de bossen, maar nergens wordt het steil. Omdat het de laatste klim van de vakantie is, doen we natuurlijk nog wel even extra onze best om snel boven te zijn. Bij de hut maken we nog wat foto’s en met de afdaling die volgt sluiten we onze fietsvakantie af.

Gerelateerde artikelen

Hoogteprofielen

Bekijk de hoogteprofielen van de belangrijkste bergen uit de fietstocht in het Zwarte Woud.

GPS tracks

Wil je deze rondes zelf fietsen? Download dan de GPS track van de Hornisgrinde of the GPS track van de Zuflucht.

passo-gavia

Bormio: paradijs voor wielrenners

6 september 2015 – Bormio is een paradijs voor wielrenners. Vanuit dit gezellige dorp midden in de Italiaanse bergen starten meerdere hele mooie beklimmingen waarvan de Gavia en Stelvio verreweg de bekendste zijn. Deze twee passen van meer dan 2500 meter hoogte staan dan ook al een tijdje op ons verlanglijstje. Begin september was het eindelijk zo ver: Bormio was de derde bestemming van onze zomervakantie.

Sneeuw op de Gavia

De dag dat we aankwamen in Bormio was het weer niet super. Het was druilerig, het regende en het was een beetje koud. We vernemen van de eigenaar van ons vakantiehuisje dat het de komende dagen beter wordt en daar hopen we maar op. De volgende ochtend schijnt inderdaad de zon en we gaan de Passo Gavia aanvallen.

De klim start eigenlijk direct in het centrum van Bormio, het is alleen even zoeken waar je precies de kleine straatjes van dit dorpje moet verlaten om op de goede weg terecht te komen. De eerste kilometers zijn vrij onregelmatig met uitschieters naar de 8-9%. Toch is het tot San Catarine allemaal heel goed te doen. Pas als we dit skidorp uitfietsen begint het echt. In de komende 8 kilometer volgt een serie haarspeldbochten en we stijgen snel in de hoogte. Het is opvallend rustig op deze beboste pas. Er zijn weinig fietsers, maar ook nauwelijks auto’s en motoren. Eigenlijk is het heerlijk fietsen en ook het uitzicht op de bergen met sneeuw wordt steeds beter.

panorama passo gavia

Dan laten we het bos achter ons. Op de bergwand voor ons zien we een steile weg omhoog lopen. Daar moeten we echt naar toe en dat blijkt nog best zwaar. Het is hier heel onregelmatig waarbij bijna vlakke stukken afgewisseld worden met stroken tot 13%. We hebben hier geen beschutting voor de harde wind, we zitten inmiddels ruim boven de 2000 meter en het is koud. We stoppen zelfs om een jasje aan te trekken. Dan vlakt de klim helemaal af en de laatste kilometers fietsen we door een besneeuwd landschap naar de top van de Passo Gavia. Even nog worden we opgehouden door een koe die de weg blokkeert, maar deze blijkt niet van plan zich te verroeren en we kunnen zonder problemen passeren. Op de top van de Gavia is het echt fantastisch mooi. De sneeuw van de dag ervoor is nog zichtbaar en dat maakt het landschap heel bijzonder. Ik heb altijd al eens naar de sneeuw willen fietsen, maar meestal is het te warm. Nu is dat eindelijk gelukt.

Torri di Fraele

Torri di FraeleOp dag 2 in Bormio staat de Torri di Fraele op het programma. Geen zware klim maar wel een hele mooie over opnieuw een rustige weg. Wellicht wordt de rust veroorzaakt doordat de klim doodloopt bij het Cancano meer. Het is dus heel prettig fietsen. Er zijn nauwelijks steile stukken. Soms een klein stukje van 10%, maar veelal stijgt het regelmatig met zo’n 6 a 7%. Na enkele kilometers komt er een steile rotswand met bovenop twee torens in zicht. De vele haarspeldbochten liggen hier netjes tegenaan geplakt en doen ons denken aan de klim naar het klooster van Montvernier (Franse Alpen). Ook hier volgen de bochten elkaar snel op. Dat is erg leuk fietsen want steeds zie je het dal vanuit een andere hoek. De twee torens bovenop zie je ook continue als richtpunt. Op het asfalt staat de ultimo kilometre gemarkeerd. Dit blijkt echter niet helemaal te kloppen. Na deze kilometer moet je nog twee tunneltjes door, maar dan heb je de Torri di Fraele bereikt. Vanaf de torens heb je een perfect uitzicht op de spaghetti van bochten die je net gefietst hebt.

Passo Stelvio

passo-stelvioHoewel wij de Stelvio vaak in één adem noemen met de Gavia, blijkt de Stelvio toch veel populairder te zijn. Dit hebben we gemerkt aan zowel de hoeveelheid verkeer die naar boven gaat als aan het circus dat je bovenop de top aantreft. Toch staat ook deze berg op onze verlanglijst en op de laatste dag in Bormio vallen deze pas aan.

De twintig kilometer lange klim begint midden in het centrum van Bormio en het klimmen begint dus direct. De eerste haarspeldbochten liggen al in het dorp, maar daarna slingert de weg rustig omhoog door de vallei. Na enkele kilometers krijgen de bochten ook een bordje met nummer. Je zou de bochten dus af kunnen tellen, maar ze liggen niet zo regelmatig verspreid over de klim.

In het eerste deel van de Stelvio moet je verschillende tunneltjes door. Sommige zijn heel smal en het wegdek is hier, in tegenstelling tot de rest van de klim, niet al te best. Na deze tunnelserie volgt even een heel steil stukje. Het valt niet zo op: voor het gezicht stijgt het amper, maar de fietscomputer en je benen geven aan dat het hier wel degelijk heel steil is (14%). Het duurt gelukkig niet lang.

Dan verschijnt voor ons een steile rotswand met vele haardspeldbochten. Die doet een beetje denken aan de klim naar Torri di Fraele, behalve dat het hier veel drukker is. De bochten fietsen heel prettig. Het asfalt is goed en iedere bocht vlakt een beetje af. Steeds heb je een mooi uitzicht op de vallei.

Na deze bochtenserie volgt het makkelijkste deel van de klim. Met een stijging van slechts 3-4% fietsen we rustig door de bergweiden. Het stijgt dus wel, maar het voelt aan als vlak na alle kilometers die we nu al geklommen hebben. De huisjes bij de Umbrailpas komen al snel in het vizier. We willen echter door naar de Passo Stelvio. De hele klim had ik nog nauwelijks andere wielrenners gezien, maar nu wordt ik ineens ingehaald door fietsers van een Nederlands team. Even denken we dat het team roompot is, of is het toch de Nederlandse schaatsploeg? Er rijdt zelfs een brommertje met ze mee naar boven, dat is makkelijk…

Top passo StelvioVanaf de Umbrailpas is het nog 3 kilometer tot de top van de Stevio. Hoewel het hier steiler is dan de rest van de klim, valt het ons mee. We hadden het zwaarder verwacht en in de laatste 500 meter staat zelfs iedere 50 meter aangegeven hoever het nog is. Aftellen dus maar. Op de top van de Stelvio is het een gekkenhuis. Er zijn heel veel motorrijders, fietsers en andere toeristen. Ook zijn er meerdere souvenirwinkeltjes, kraampjes waar je braadworsten kan kopen, hotels en zelfs een bank. En dat allemaal op 2760 meter hoogte. Het contrast met de Gavia is enorm. Persoonlijk vind ik die toch mooier. Het is wat minder koud dan eerder op de Gavia, maar toch had voor de afdaling een extra dik pak best prettig geweest.

Fietsparadijs Bormio

We zijn slechts drie dagen Bormio geweest en hebben lang niet alle bergen uit de omgeving beklommen. Toch is het Bormio echt een paradijs voor wielrenners. Zoveel beklimmingen relatief dicht bij elkaar. En door de afgelegen ligging ook nog heel rustig. Hier gaan we zeker terugkomen!

Gerelateerde artikelen

Hoogteprofielen

Bekijk de hoogteprofielen van de belangrijkste bergen uit onze fietstocht rond Bormio.

Iseomeer

Fietsen rond het Iseomeer

3 september 2015 – Het Italiaanse Gardameer is wel bekend bij de meeste Nederlanders en zelfs het Comomeer klinkt mij wel bekend in de oren, maar van het Iseomeer had ik nog nooit gehoord. We waren ook helemaal niet van plan er naar toe te gaan, maar onverwacht zijn we toch terecht gekomen bij dit schitterende meer. Het ligt vlak boven Milaan, iets ten westen van het Gardameer en blijkt heel populair bij wielrenners.

In de dagen dat wij aan het Iseomeer gekampeerd hebben, hebben we twee rondjes gefietst: een vlak rondje om het meer en een tochtje door de bergen die hier direct achter liggen.

Rondje Iseomeer

Het is al september, maar het voelt tropisch warm aan. De temperatuur is uitstekend voor een mooie, maar eenvoudige tocht. Een rondje om het Iseomeer is ruim 50 kilometer in lengte en er hoeft nauwelijks geklommen te worden. We bevinden ons in Predore aan de westkant van het meer en fietsen er met de klok mee omheen. De weg loopt direct langs het meer en bijna de gehele tocht hebben we uitzicht op het water. Wel moeten we door verschillende tunnels, maar echt vervelend is dit niet. Het is er heel rustig en het gemotoriseerde verkeer is erg gewend aan de vele fietsers.

In Lovere, aan de noordpunt van het meer, is dit even anders. Het is een druk stadje en we hebben moeite de weg te vinden. Dit duurt niet lang en al snel komen we op een punt waar een heel drukke autoweg en een fietspad van elkaar scheiden. In tegenstelling tot sommige andere wielrenners nemen wij het fietspad en rijden zo kilometers lang over een heel rustige weg langs het meer. De weg ziet eruit alsof het ooit de doorgaande weg voor auto’s is geweest. We fietsen door tunneltjes en genieten van het uitzicht op het meer totdat we in Iseo aan zuidkant van het meer uitkomen. Vanaf Iseo is het nog een klein stukje fietsen tot de camping, waar we ons de rest van de middag vermaken.

panorama iseomeer

Colli di San Fermo

Na een nacht en ochtend met veel regen wordt het droog en kunnen we eindelijk op de fiets. Dit keer gaan we de bergen rond het Iseomeer verkennen. We fietsen naar Sarnico en beginnen daar aan de Colli di San Fermo. De eerste kilometers is het nog vrij druk. We fietsen door verschillende dorpjes en moeten de weg delen met de auto’s die daar ook naar toe gaan. Ook het vinden van de juiste weg blijkt soms nog best lastig. In de dorpjes is het niet altijd even duidelijk wat de doorgaande weg is en de bewegwijzering laat wat te wensen over.

Uiteindelijk lukt het ons de weg naar boven te vinden. Ondertussen wordt de klim steeds rustiger en kunnen we meer en meer genieten van het mooie landschap. De regelmatige stijging van 6 a 7% zorgt ervoor dat dit een prettig te fietsen klim is. Zodra we in de open weiden terechtkomen komt hier verandering in. Plotseling wordt het onregelmatig en ook de wind steekt op. Dan volgt toch nog onverwachts de top. Althans, het wordt hier vlak, het bordje staat nog een kilometer verderop. We hebben nu 900 hoogtemeters afgelegd in 16 kilometer, dat is nog best een klim.

colli san fermoDe afdaling die volgt is echter veel bizarder. Meermaals worden we gewaarschuwd voor zeer steile stroken (tot 18%) en haarspeldbochten. Nu weten we dat de percentages die op dat soort verkeersborden weergegeven worden vaak wat overdreven zijn, maar het is hier echt heel steil. Stiekem zijn we blij dat we niet deze kant van de klim gekozen hebben om naar boven te fietsen. We zijn dus zo beneden, maar nog niet terug op de camping.

Na een kort stuk over een drukke weg fietsen we via de Strada Provinciale 76 en 77 naar het meer van Endine. Hier volgt nog een laatste korte klim naar Riva del Solto en dan zit het klimwerk er echt op. Een mooie afdaling brengt ons weer bij het Iseomeer waarlangs we rustig terug naar de camping fietsen.

GPS track rondje Iseomeer

Wil je één van deze rondes zelf ook fietsen? Download dan de GPS track van het rondje Iseomeer of de GPS track van de ronde over de Colli di San Fermo.

Gerelateerde artikelen

San Bernardino, Zwitserland

De San Bernardino pas

30 augustus 2015 – Op onze vakanties naar de Franse Alpen zijn we al meerdere keren door Zwitserland gereden en steeds denken we: wat een mooi land. We zijn er alleen nog nooit gestopt om zelf een rondje te fietsen en daar hebben we dit jaar verandering in gebracht. We zijn twee dagen in Thusis (oosten van Zwitserland) geweest en hebben een mooie tocht naar de San Bernardino pas gefietst.

Thusis is gemakkelijk per auto te bereiken. De camping waar we verbleven werd daardoor voornamelijk bevolkt door mensen die op doorreis waren. Vanuit Thusis is het zo’n 45 kilometer fietsen naar de San Bernardino pas, waarbij je eigenlijk pas de laatste 8 kilometer het idee hebt dat je echt een berg aan het beklimmen bent. Langs deze route loopt ook een snelweg, waardoor je geen last het van het doorgaande verkeer. Toch blijkt ook de paralel lopende b-weg druk bezocht te worden door gemotoriseerd verkeer.

Viamala Schlucht

rotha schluchtZodra je Thusis in zuidelijke richting verlaat, kom je in de Viamala schlucht terecht. Deze kloof schijnt schitterend te zijn om doorheen te wandelen, maar ook per racefiets kan je genieten van de omgeving. Het stijgt gelijk even flink met zo’n 7% gemiddeld, terwijl je nog nauwelijks de kans hebt gehad om op te warmen, maar het uitzicht maakt veel goed. Enig nadeel zijn de tunnels, die niet allemaal even goed verlicht zijn.

Enkele kilometers verderop komen we nog zo’n kloof tegen: de Rothaschlucht. Ook deze is schitterend, maar hier moet via enkele haarspeldbochten ook goed geklommen worden.

Vals plat

Hoewel de weg van Thusis naar San Bernardino continue stijgt, is het lang niet overal zwaar. Er zit zelfs een stuk van ruim 10 kilometer vals plat in, waarbij je langs dorpen als Splugen, Nufenen en Hinterrhein met typisch Zwitserse huisjes fietst. Niet veel later kom je dan bij de San Bernardino tunnel en pas. De tunnel is voor fietsers verboden, maar de pas is erg leuk om per fiets te beklimmen. Als je aan komt rijden zie je de haarspeldbochten al liggen tegen de steile bergwand. Toch doet de aanblik zwaarder vermoeden dan het daadwerkelijk is. De klim is vrij regelmatig en er moeten zo’n 450 hoogtemeters in 8 kilometer afgelegd worden: ruim 5% gemiddeld dus.

De San Bernardino pas

Top San Bernardino pasDe eerste helft van de klim bestaat vrijwel alleen uit scherpe haardspeldbochten. Zo ga je snel de hoogte in terwijl je een goed uitzicht op de vallei hebt. Dat vind ik toch altijd erg leuk aan het fietsen in de bergen. Je fietst voornamelijk in de schaduw, waardoor deze klim ook bij hoge temperaturen goed te doen is. Daarna wordt het toch wat zwaarder. We komen in een open vlakte terecht en het waait heel hard. Zo wordt het toch nog vermoeiender dan verwacht. Al snel wordt een betonnen bouwwerk zichtbaar. Zou daar de pas zijn? Het blijkt nog ruim anderhalve kilometer verder en daar is het een drukte van belang. De San Bernardino pas blijkt erg populair bij motorrijders die, net als wij, met het bordje op de foto willen. We pauzeren en eten een broodje terwijl we goed om ons heen kijken. Er is hier zelfs een meer met een klein eilandje. Toch bizar als je je bedenkt dat in die enorme berg waar je nu bovenop staat gewoon een tunnel is uitgehakt. Na deze welverdiende pauze stappen we weer op de fiets en rijden dezelfde weg terug naar de camping.

Gerelateerde artikelen