Maandelijks archief: juli 2018

uitzicht vanaf bormio 2000

Climbing for Life – Il Pirata

16 juni 2018 – Ergens in het voorjaar van 2018 is het idee ontstaan om mee te doen met Climbing for Life. Het evenement kent twee edities, een Italiaanse variant in juni en later in het jaar de Franse variant in Vogezen. Vooral de tocht in Italië, Il Pirata, sprak ons erg aan. In één dag over de Mortirolo, de Gavia en de Stelvio, dat zou een echte uitdaging zijn.

Zoveel hoogtemeters hebben we nog nooit in één tocht geklommen, dus kunnen we dat wel? Iedere afzonderlijk berg moet wel lukken, de meesten hebben we tenslotte al eens beklommen, maar alledrie achter elkaar? Dat komt neer op 4500 hoogtemeters. Na een aantal maanden goed trainen in Nederland besluiten we dat we het aandurven en we plannen een vakantie naar Italië.

We verblijven eerst een aantal dagen aan het Comomeer, waar je ook heel goed kan fietsen en we alvast een beetje kunnen wennen aan het eindeloze klimmen. Vol goede moed reizen we daarna door naar Bormio, waar het Stelvio Village de thuisbasis van het Climbing for Life evenement vormt.

De toertocht is op de zaterdag, maar ook de dagen ervoor is er genoeg te beleven in Bormio. We gebruiken de donderdag om twee bergen te beklimmen die nog op ons verlanglijstje stonden: Bormio 2000 en Forte di Oga. We zijn namelijk al eens eerder in Bormio geweest, maar zijn toen niet aan deze bergen toegekomen.

Bormio 2000

skistation bormio 2000Bormio 2000 is een skistation en de klim er naar toe begint in Bormio zelf. We zullen dus zonder opwarming moeten beginnen. We fietsen het dorp uit, een tunnel onderdoor en vanaf dat moment is het 10 kilometer klimmen. Het stijgt vrij regelmatig, hoewel de eerste helft net iets steiler is dan de tweede helft. Wat vooral opvalt is het extreem slechte wegdek. Het asfalt zit vol met gaten en scheuren, er lijkt geen normaal stukje weg te zijn. Gelukkig is er weinig verkeer op de klim en kunnen we er tussendoor slingeren. Er zijn wel veel fietsers op de berg, de andere deelnemers aan Climbing for Life. We zijn duidelijk niet de enige die Bormio 2000 als opwarmer gekozen hebben.

Forte di Oga

forte di ogaDe tweede klim loopt naar Forte di Oga. Het informatiebord aan de voet laat ons weten dat we 7 kilometer moeten klimmen met een gemiddelde van 7,6%. Dat moet te doen zijn. De klim blijkt heel onregelmatig, met ook hier slecht asfalt op sommige stukken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we hier met wegwerkzaamheden te maken krijgen. Dat is geen overbodige luxe, maar wel jammer als je tijdens de klim ineens voor een rood stoplicht staat.

De eerste kilometers tot het dorpje Oga zijn goed te doen, maar wat daarna volgt zijn 2,5 steile kilometers tot de top.

Eenmaal boven vragen we ons af: waar is nu het fort van Oga? De asfaltweg houdt op, maar te voet kan je wel verder. En daar is dan inderdaad het fort en een heel mooi uitzicht.

uitzicht dalen vanaf forte die oga

Vrijdag rustdag

Hoewel er op de vrijdag ook een georganiseerde Climbing for Life fietstocht is, besluiten wij die over te slaan. Het betreft namelijk een rondje over één van de zware kanten van de Mortirolo en we weten nog van vorig jaar hoeveel energie dat kost. Het lijkt ons geen goede voorbereiding voor Il Pirata en dus houden we een rustdag. We leggen alle spullen klaar voor morgen, kijken naar Portugal – Spanje op het WK voetbal en gaan dan lekker slapen.

Il Pirata

climbing for life - il-pirataDe wekker gaat om 5.45, het is zover. We eten de broodjes die we de avond ervoor klaar gemaakt hebben, pakken onze spullen en gaan op pad. Een kwartier te vroeg staan we in het startvak, waar ook de rest van de 700 deelnemers geleidelijk aansluit. Om 7 uur stipt gaan we van start. In Bormio zelf wordt het verkeer geregeld, zodat we met de hele groep gelijk goed op weg zijn. Best bijzonder om in zo’n grote groep te fietsen, meestal zijn we maar met z’n tweeën.

De eerste 24 kilometer tot Grosio zijn eenvoudig. We dalen vals plat en zien zelfs een gemiddelde boven de 30 km/hr. Dat zal de rest van de dag alleen maar zakken… De groep fietsers blijft verrassend goed bij elkaar, zou iedereen proberen zijn energie te sparen?

Mortirolo

mortiroloIn Grosio komt er abrupt verandering in de snelheid. Hier begint de Mortirolo en aan de voet wordt gestopt om de jasjes uit te trekken. Omdat we vroeg begonnen zijn was het nog koud, maar tijdens het klimmen kunnen ze uit.
De Mortirolo vanuit Grosio is een van de makkelijkere kanten, maar zoals het infoboekje in ons appartement al schreef: ‘it’s not entirely a breeze’. We moeten namelijk ruim 1000 meter klimmen in 14 kilometer. Gemiddeld goed te doen, maar de klim is bijzonder onregelmatig.

Sommige stukken is het nauwelijks meer dan vals plat om even later weer tot boven de 10% te stijgen. Toch mist deze zijde gelukkig de lange stroken met extreme stijgingspercentages die de traditionele kant uit Mazzo wel heeft. Daarnaast fietsen we nu met een grote groep fietsers op de berg, en er is altijd wel een groepje om bij aan te sluiten. Van tijd tot tijd hebben we een goed uitzicht op het dal, maar het is lastig om hier echt van te genieten. Uiteindelijk is ook deze ‘makkelijke kant’ van de Mortirolo best zwaar en het is pas de eerste klim…

Op 3 km van de top komt de klim samen met de kant uit Mazzo. Toen we hier vorig jaar waren was dit het punt waarop de klim makkelijker wordt. Nu merk ik daar weinig van. De bochten worden nu wel genummerd, dus het is aftellen tot de top.

Iets over de top ligt de eerste bevoorrading. Tijd voor wat zoete repen, bidons bijvullen en het verzamelen van extra repen voor onderweg. Het is verleidelijk om hier te blijven hangen nu de zon lekker begint te schijnen, maar het zal een lange dag worden. We gaan dus verder.

Afdalen naar Monno

Wat volgt is eerst een heerlijke afdaling naar Monno. Ik denk dat het één van de fijnste afdalingen van de vakantie is. Het asfalt is goed, er is weinig verkeer en er zijn hele mooie bochten. We moeten nog wel even wat andere fietsers inhalen die wat langzamer dalen, maar dan is de weg voor ons. Voor we het weten staan we beneden in Monno.

We slaan linksaf om via een doorgaande weg naar Ponte di Legno te fietsen. Vooraf was dit éen van de stukken waar ik het meest tegenop zag. Zo’n saaie weg waar het verkeer wat harder rijdt en waar het vals plat (en soms een beetje meer) stijgt. En dat 20 kilometer lang.

Waar is de bevoorrading?

De eerste trappen voelen m’n benen nog zwaar aan van de eerste klim, maar gelukkig gaat het na een aantal kilometer wat beter. Het is erg warm en we kijken uit naar de volgende bevoorrading. Deze zou na 67 kilometer in Ponte di Legno zijn, aan de voet van de Passo Gavia. Alleen waar is de bevoorrading nu? Na 69 km zijn we Ponte di Legno al bijna door en we hebben nog steeds geen eten gehad. We merken dat er meer fietsers zijn die vertwijfeld om zich heen kijken en treffen een vriendelijke motard van de Climbing for Life organisatie die we nog vaak tegen zullen gaan komen.

Hij weet ook niet precies waar we eten zullen krijgen, maar verzekert ons dat er voor de Gavia een zal zijn. Voor de zekerheid krijgen we toch een beetje van zijn water, zodat we in ieder geval nog even vooruit kunnen.

Niet veel later is daar dan toch de bevoorrading, maar zijn we nu niet allang begonnen aan de klim naar de Passo Gavia?

Passo Gavia

Ik begin met klimmen terwijl Pim nog wat langer bij de bevoorrading blijft. Zo hopen we ongeveer tegelijk boven te zijn. Volgens het boekje zou de klim tot Sant’Apolonia eenvoudig moeten zijn om na het dorpje nog 11 kilometer met gemiddeld 9% te stijgen. En inderdaad, Sant’Apolonia is eenvoudig te bereiken, maar zodra ik het dorp uit fiets wordt het heel steil. Ik fiets in een bos terwijl de weg meer dan 10% stijgt. De bomen bieden wel enige beschutting voor de zon, maar het blijft zwaar. Daarnaast is de klim vrij onregelmatig en dat maakt het lastig om in een goed ritme te komen.

Gaandeweg wordt de weg smaller en het bos dunner. Van tijd tot tijd zijn er fantastische uitzichten op de bergen met ijs aan de andere kant van de vallei. Verkeer is er nauwelijks op de weg die inmiddels versmalt is tot een eenbaansweg. Enkel motoren en fietsers wagen zich op deze berg. Ik ben ook blij dat we hier omhoog fietsen, want zo hoeven we niet te dicht langs de steile afgrond die zich aan de linkerkant bevindt. Er is niets eens een vangrail…

Op 3 kilometer van de top bevindt zich de Gavia tunnel. Aardedonker, zo’n 400 meter lang, en steil. Voor onze tocht hadden we online al een en ander over deze beruchte tunnel gelezen en samengevat kan je deze het beste als naargeestig beschrijven. We waren dan ook opgelucht toen we erachter kwamen dat de tunnel voor deze gelegenheid sfeervol verlicht was met gekleurde lampjes. Zo kan ik in ieder geval zien waar de weg loopt.

Na de tunnel stop ik voor een korte pauze en een reepje. Pim fietst nu ook voorbij, de klim vergaat hem goed. Ook ik ga weer verder voor de laatste 3 kilometer. Het is afzien, maar de vriendelijke motard moedigt me aan, de muziek van m’n mp3-speler helpt bij het ritme en het uitzicht op het zwarte meer is meer dan de moeite waard. Zo komt de top van de Gavia langzaam maar zeker dichterbij.

Dalen naar Bormio

Op de top is het niet eens koud, ondanks de hoogte van ruim 2600 meter. Het zonnetjes schijnt en we eten op ons gemak wat reepjes. We hebben zelfs tijd voor wat foto’s, want we zijn goed op schema. Toch kunnen we niet te lang blijven hangen, want er wacht nog een grote col.

We beginnen aan de lange afdaling naar Bormio, waar de asfaltkwaliteit varieert van gloednieuw tot ronduit slecht. Als ik wordt ingehaald door wielrenners die bekend lijken te zijn met de afdaling, ga ik er achteraan. Het is opnieuw een mooie snelle afdaling, maar als ik in een ruime bocht achterom kijk is Pim nergens meer te bekennen.

Zijn fiets blijkt rare geluiden te maken die alleen maar erger worden. We stoppen een paar keer om te kijken wat er aan de hand is, maar er loopt niets aan en het geluid lijkt zich alleen op hoge snelheid voor te doen. Zo is dalen helemaal niet zo leuk en we vragen ons ook af of we de laatste berg, de Stelvio, wel kunnen doen. We besluiten door te fietsen en gewoon extra voorzichtig te doen, ook als dit wat extra vertraging met zich meebrengt.

Passo dello Stelvio

Haarspeldbochten Passo dello Stelvio We beginnen dan ook vol goede moed aan de laatste klim, de Stelvio. Drie jaar geleden hebben we deze zijde al eens beklommen en in mijn herinnering was het vooral een lange klim, geen zware omdat de hoge stijgingspercentages ontbreken. Maar nu is het anders, we hebben al 3000 meter geklommen, de benen zijn moe en bovendien is het heel warm.

De Stelvio is gelukkig in stukken te hakken, zodat het wat makkelijker wordt om de ruim 20 kilometer te overbruggen. In het eerste deel fiets je Bormio uit over een vrij brede weg met steile stukken, enkele haarspeldbochten en vrijwel geen beschutting voor zon.
Daar komt verandering in in het tweede deel waar je door een reeks galeria’s fietst. Het is er een beetje donker, maar vooral heerlijk koel. Aan het eind van de laatste galeria volgt het steilste stuk van de Stelvio: een stuk van 14%.
Daarna volgt deel 3: een bergwand vol met haarspeldbochten die je al van verre ziet liggen. Gelukkig ziet het er steiler uit dan het echt is. Het vierde deel is het makkelijkst, want nu volgt een relatief vlak stuk tot de Umbrailpas. Je kunt hier de grens met Zwitserland oversteken, maar wij gaan natuurlijk naar de Stelvio.

De laatste loodjes

Vanaf de Umbrailpas is het nog 3 zware kilometers tot de top: het stijgt hier gemiddeld 9 – 10%. Deze laatste kilometers gaan bijzonder moeizaam, maar zo dicht bij de top is omkeren natuurlijk geen optie. Bovendien wordt ik aangemoedigd door de fietsers die alweer onderweg naar beneden zijn en als een medewerker van de Climbing for Life organisatie aan de kant van de weg roept dat dit de laatste bocht is, ben ik toch bijna boven. De omroeper bij de finish komt in zicht en Pim staat naast hem. En dan is daar de top. Dat waren dan 4500 hoogtemeters. Zoveel hebben we nog nooit op 1 dag geklommen, maar het is gelukt!

Pim haalt cola en een heerlijk broodje met worst, volgens de verkoper de ‘highest sausage of Europe’. Na alle zoete repen een welkome afwisseling, het smaakt bijzonder goed. Ook nu blijven we niet te lang hangen op de top. We hebben nog een lange afdaling met een lawaaiige fiets te gaan en doen het daarom rustig aan. Zonder problemen fietsen we Bormio in, terug naar ons huisje. ‘s Avonds eten we een pizza in het centrum en gaan we nog even kijken bij het Climbing for Life feest in het Stelvio village. Laat maken we het niet, want we zijn moe van de lange dag, maar ook vooral heel blij dat de tocht zo goed verlopen is. We kunnen de volgende dag heel tevreden terug naar Nederland rijden.

Pauze in Tremenico

Fietsen rond het Comomeer (3) – Het achterland van Dervio

12 juni 2018 – We zijn nu een aantal dagen op vakantie aan het Comomeer en de bekende beklimmingen, zoals de Passo San Marco en de Madonna del Ghisallo, hebben we inmiddels gedaan. We hebben nog één dag over om te fietsen. Daar willen we goed gebruik van maken door een tocht door het achterland van Dervio te fietsen, al zit het weer deze laatste dag niet mee.

Het regent en onweert in de ochtend en we vertrekken met een uurtje vertraging. Vandaag doen we geen bekende bergen. We hebben op de kaart een rondje gezien over witte, rustige wegen met Dervio, de locatie van ons huisje, als startpunt.

We fietsen door het centrum van Dervio richting Tremenico en beginnen vrijwel direct te klimmen. De eerste kilometers zijn er nog aardig wat auto’s. De meesten zijn op weg naar de oprit van de snelweg die rond het Comomeer loopt en zodra we die gepasseerd zijn, wordt het heel rustig. Wat een contrast met de drukke dorpjes die direct langs het meer liggen!

Haarspelden

afslag naar monte legnoncinoHet stijgt vrij regelmatig rond de 6%, terwijl we haarspeld na haarspeld fietsen. We rijden nu achter de vangrails die we vanaf beneden al hadden zien liggen. Het leek enorm hoog, maar eigenlijk valt het best mee. Het geeft ons in ieder geval een mooi uitzicht op het dorp waar we al enkele dagen verblijven.

We passeren verschillende dorpjes, zoals Vestreno, Sueglio en Introzzo en dan dalen we iets af naar Tremenico. Hier eten we een broodje en moeten we een besluit nemen over het vervolg van onze route. Slaan we hier af naar Monte Legnoncino met een hele zware laatste kilometer? Of fietsen we ‘gewoon’ een rondje door het achterland van Dervio. We kiezen voor het laatste, maar dat houdt niet in dat het een eenvoudig rondje gaat worden.

Na Tremenico klimmen we verder. Het stijgt 8 a 9% terwijl de weg steeds smaller wordt en door het bos kronkelt. Het is hier heel rustig en mooi en dus ook erg prettig fietsen. Het lijkt een heel andere wereld te zijn, want de drukte van het Comomeer is hier heel ver weg.

Wegafsluiting

wegafsluiting in het achterland van DervioEven verderop zien we een bord ‘verboden in te rijden’. We weten niet zo goed waarom je niet door zou mogen fietsen en meestal kunnen fietsers er toch wel door als de weg is afgesloten. Bovendien zijn we al best ver en hebben we niet zo’n zin om om te keren. Even later zien we weer zo’n bord, maar nu staat er zelfs een hek op de weg. Moeten we nu toch terug? We besluiten toch nog maar een stukje door te fietsen tot de oorzaak van deze borden duidelijk wordt. Er liggen hele grote rotsblokken langs de kant van de weg. Auto’s kunnen nu niet langer passeren, want de weg is nu te smal, maar met de fiets is het geen probleem.

We fietsen verder. Korte afdalingen worden afgewisseld met korte klimmetjes. We fietsen richting Casargo en het begint weer te stijgen. Dan komt er een hert uit de weiden naar beneden gesprongen. Hij wil de weg oversteken, maar schrikt van mij en hupst zo weer terug de steile bergwand op. Het lijkt hem totaal geen moeite te kosten.

Tunnels

Het moeilijkste stuk hebben wij inmiddels gehad, zeker als we besluiten over de 62 naar Bellano te fietsen. Er volgen enkele vrijwel vlakke kilometers. Dat hadden we niet helemaal verwacht zo middenin de bergen. Een serie donkere tunnels draagt hier ook aan bij. Een auto achter ons die de tunnel met zijn koplampen verlicht is dan ook erg welkom.

Dan dalen we verder naar Bellano en vanaf daar nog 4 vlakke kilometers langs het Comomeer terug naar Dervio. Ook dit was weer een hele mooie tocht, zonder bekende cols maar over rustige, bijzondere wegen. We vragen ons dan ook een beetje af: waarom fietsen we eigenlijk over de drukke, bekende bergen? De kleine achteraf weggetjes zijn misschien wel veel mooier en ook hier kan je heel goed klimmen. Al met al een mooie afsluiting van onze vakantie aan het Comomeer.

Haarspeldbochten op de Passo San Marco

Fietsen rond het Comomeer (2) – Passo san Marco

10 juni 2018 – We zijn op vakantie in Italië en verblijven een aantal dagen aan het Comomeer. Na een avontuur met de Madonna van Ghisallo en de Colma di Sormano op de eerste fietsdag staat de volgende uitdaging alweer te wachten: de Passo San Marco. Op papier zou dit vooral een hele lange klim moeten zijn (bijna 27km), maar geen hele steile. Het hoogte profiel op ‘ClimbByBike’ laat geen rode kilometers zien en een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5% is goed te doen.

Het belooft opnieuw een warme dag te worden. Dat wordt al duidelijk tijdens een korte wandeling naar de bakker voor een ontbijtje. We gaan dan ook niet te laat weg. De eerste uitdaging is het bereiken van de voet van de klim, zo’n 30 kilometer verderop in het plaatsje Morbegno. We hebben wel een route uitgezet, maar de grote vraag is of deze over verharde wegen loopt.

Hoe kom je per fiets in Morbegno?

De eerste kilometers tot Colico verlopen voorspoedig. We rijden over een redelijk goede asfaltweg en het is nog vrij rustig. In Colico komt daar abrupt verandering in. Het is er een drukte van belang. Net als in veel Italiaanse dorpjes lijkt iedereen alles met de auto te willen doen. Wij nemen wat achteraf straatjes tot we aan de rand van het meer staan en het fietspad spontaan overgaat in een grindpad.

Daar fietsen we niet graag op en dus wijken we van onze route af. We dwalen door het drukke stadje, komen bij wegen waar je misschien wel mag, maar niet wilt fietsen. Even denken we dat we Morbegno niet gaan bereiken met de fiets, tot we ineens op het verharde deel van het Valtelina fietspad zijn. Hier kan je heerlijk fietsen en zonder verdere moeilijkheden bereiken we Morbegno aan de voet van de Passo San Marco. We slingeren door het dorpje en dan beginnen we te klimmen.

De klim

Uitzicht op de Passo San MarcoDe eerste kilometers fietsen Pim en ik samen op de San Marco. Het stijgt rond de 6 a 7% en door de haarspeldbochten zien we Morbegno snel onder ons verdwijnen. De klim loopt hier grotendeels door het bos, zodat we enige schaduw hebben. Toch stoppen we zodra we een waterkraantje zien om de bidons bij te vullen.

Het is vrij rustig op de klim tot we na 8 kilometer het dorpje Arzo bereiken. De weg wordt smaller en steiler en overal langs de weg staan auto’s geparkeerd. Pim gaat nu op zijn eigen tempo verder, want voor mij gaan de haarspeldbochten niet zo soepel als ik gehoopt had… Gelukkig is er afleiding tijdens het klimmen. De mp3-speler zorgt voor fietsmuziek en helpt mee om een goed ritme te houden. Ook zijn er naast de schitterende omgeving soms bijzondere taferelen, zoals een voetbalveld dat op de rand van een afgrond gebouwd is. Je zal maar over het hek heen schieten…

Dan zie ik Pim ineens op een vangrail zitten om rustig wat te eten in de schaduw. Een goed idee, dus ik stop ook voor een reepje. We hebben nu tweederde van de klim gehad, met daarin enkele zware kilometers. Nog 8 a 9 kilometer tot de top met zo’n 600 hoogtemeters, dat moet goed te doen zijn toch?

Vals plat

We gaan weer verder, maar het wordt nu ineens wel heel erg makkelijk. Het stijgt nog maar 2 a 3%, amper nog een klim te noemen, en er volgt zelfs een korte afdaling. Ondertussen passeren we een loslopende ezel, die op zijn gemak rondwandelt op weg. We hebben al veel loslopende dieren gezien, maar nog geen ezel. Die voegen we toe aan de collectie.

Deze kilometers gaan eigenlijk veel te gemakkelijk. De top komt dichterbij en we moeten nog flink wat omhoog. Als we in een soort open vlakte komen, zien we ook hoe: op de bergwand voor ons zien we een weggetje steil omhoog lopen. Moeten we daar echt helemaal heen?

Hoewel schijn vaak bedriegt in de bergen, is deze weg zo steil als hij eruit ziet. Het is warm, beschutting van bomen hebben we hier niet meer, want er zijn hier enkel weiden en het klimmen gaat moeizaam. Hoewel het landschap echt schitterend mooi is, is het lastig om daar nu van te genieten, dat komt straks wel als we boven zijn.

Eindelijk boven op de Passo San Marco…

Op de top van de Passo San MarcoNadat ik voor de laatste keer een bochtje om fiets, komt de top van de Passo San Marco eindelijk in zicht. Pim staat al te wachten tussen de vele motorrijders die ook graag over deze wegen rijden. We eten een panini en maken wat foto’s. Het is een hele mooie klim, maar wel een stuk zwaarder dan we verwacht hadden. Of moeten we gewoon nog even wennen aan het eindeloze klimmen? We zullen het zien tijdens de tochten die nog komen gaan.

Intussen begint de lucht dicht te trekken. Het blijft toch wel droog? We beginnen aan de afdaling, maar stoppen in de afdaling nog even bij het ijs dat nog in de kanten van de weg ligt. Ik blijf het bijzonder vinden om naar het ijs te fietsen en moet toch even een foto maken. Daarna kunnen we dan toch echt aan de afdaling van de Passo San Marco beginnen: kilometers lang dalen over een rustige weg met veel mooie bochten. De beste beloning voor een toch wel zware klim.

Vanaf Morbegno aan de voet moeten we nog wel terug naar ons huisje. We volgen het Valtelina fietspad zo lang mogelijk en gelukkig hoeven we nu niet zo te zoeken om een geschikte weg voor fietsers te vinden. Het enige ‘obstakel’ op de terugweg is de flinke wind die we nu tegen hebben. Het weer is nu onstuimig, maar het blijft gelukkig droog. We klagen niet en kijken ‘s avond moe maar tevreden terug op een mooie tocht.

Na twee dagen fietsen houden we eerst een rustdag, zodat we op de laatste dag aan het Comomeer uitgerust zijn voor een rondje door het achterland van Dervio.

IJs op de top van de Passo San Marco

Boottocht over het Comomeer

Fietsen rond het Comomeer (1) – Madonna del Ghisallo

9 juni 2018 – De Italiaanse meren zijn schitterend mooi voor een lekkere vakantie en het Comomeer vormt hier geen uitzondering op. In de zomermaanden is het hier erg druk met ‘gewone’ toeristen en bovendien vaak heel warm. Om te fietsen kan je dan ook beter wat eerder in het jaar gaan. Het is dan nog wat rustiger in dorpjes rondom het meer.

Wij besloten in juni af te reizen naar het Dervio, een klein dorpje aan de oostkant van het comomeer. Dit was de uitvalsbasis voor 3 mooie fietstochten. De eerste tocht bracht ons naar de kapel van de Madonna del Ghisallo, beschermheilige van de wielrenners.

Boottocht op het Comomeer

Als je op de kaart kijkt, dan heeft het Comomeer de vorm van een omgekeerde letter Y. Onze eerste fietstocht startte in de tweesprong van de Y, in Bellagio. Omdat Belaggio aan de andere kant van het water ligt, is de boot de makkelijkste manier om er te komen. We fietsen vanuit Dervio een stukje langs het water naar Varenna en proberen daar de boot te nemen.

Het is even zoeken naar de juiste boot, maar gelukkig weet een medewerker iets te duidelijk te maken dat we de ‘carferry’ moeten hebben. We moeten nog even wachten, maar dan is daar de boot. De boottocht is een avontuur op zichzelf, want het meer is groot en ontzettend mooi.

De kapel van Madonna

Een kwartier later gaan we aan wal in Bellagio en direct beginnen we met de eerste klim: de Madonna del Ghisallo. Het is gelijk steil en via een serie bochten winnen we veel hoogte zodat we een goed zicht op het Comomeer hebben. We hebben geluk met het weer, het is een schitterende dag met veel zon. Het klimmen met deze hoge temperatuur is wel even wennen, zulke bergen hebben we tenslotte niet in Nederland. Toch is het vooral een hele mooie klim, met na de eerste warme kilometers ook veel groen dat voor schaduw zorgt.

De kapel van madonna del GhisalloBinnen in de kapel van Madonna del GhisalloDe kapel van madonna del Ghisallo

Halverwege volgen enkele eenvoudige kilometers. Zo kunnen we even echt van de klim genieten, voordat we aan de laatste zware kilometers beginnen. Het stijgingspercentage loopt nog even op tot 9%, maar dan is daar de kapel van de Madonna.
Madonna del Ghisallo is de beschermheilige van de wielrenners en deze berg wordt traditioneel beklommen tijdens de ronde van Lombardije. We zijn duidelijk niet de enige fietsers die de Madonna bezoeken, want het plein voor de kapel is druk bevolkt met wielrenners. We zoeken een plekje in de schaduw om een broodje te eten en bezoeken dan de kapel.

Ik heb nog nooit zo’n bizarre kapel gezien. Binnen hangt het, naast de beelden die gebruikelijk zijn voor een kapel, vol met wielershirts, fietsen en foto’s van overleden wielrenners. Best indrukwekkend, het zijn niet alleen de beroemde inmiddels overleden wielrenners, maar ook heel veel onbekende fietsers, jong en oud. Als fanatieke fietser moet je hier eigenlijk een keer geweest zijn. Ik realiseer me alleen te laat dat ik eigenlijk mijn helm af had moeten zetten. Hopelijk heb ik de Madonna niet boos gemaakt, ik wil tenslotte nog een week fietsen…

Colma di Sormano

We vervolgen onze tocht met een afdaling direct gevolgd door de volgende klim: de Colma di Sormano. Het is hier een stuk rustiger en de eerste 5 kilometer van de klim tot Sormano zijn heel goed te doen. Het stijgt zo’n 5 a 6% en met een muziekje fiets ik rustig naar boven. Dan komen we op een splitsing waar ook de muur van Sormano op staat aangegeven. We moeten de afslag wel nemen, maar we laten de muur links liggen. 1,7km van gemiddeld 17% vinden we iets teveel van het goede. Wij nemen dus de makkelijke kant: een aantal kilometers van 7%.

Uitzicht vanaf Colma di SormanoBoven hebben we een panorama uitzicht en vanwege het heldere weer kunnen we de bergen in de omgeving goed zien. We gaan verder en er volgt een bizarre afdaling over een hele rustige, smalle weg. Met alle bochtjes is het goed opletten. Af en toe zijn er afslagen naar de dorpjes hogerop in de bergen, je zal er maar wonen… Deze afdaling zouden we nog wel eens vanaf de andere kant willen doen, maar nu dalen we verder tot we bij het meer zijn. We fietsen langs het water terug naar de boot, varen weer naar de overkant en fietsen terug naar ons huisje in Dervio.

Voor een rondje zoals deze moet je wel even de tijd nemen. De boottochtjes zijn heel mooi, maar opschieten doet het niet. We zijn de hele dag onderweg geweest voor een tocht van zo’n 80 km. Gelukkig hebben we vakantie, geen haast en hebben kunnen genieten van het fietsen in zo’n mooie omgeving. Hopelijk wordt de tocht morgen oven de San Marco net zo mooi.

route Groot Haasdal op kaart

Avondrondje over het plateau van Raar

Startlocatie voor de route

Startlocatie (klik om te vergroten)

Statistieken

Lengte: ± 44 km
Hoogtemeters: ± 330
Moeilijkheidsgraad: Makkelijk

Startlocatie

Tom Dumoulin bikepark, Lissabonlaan, Sittard. Er is voldoende parkeergelegenheid bij het bikepark.

Beschrijving

We starten aan het Tom Dumoulin bikepark, gelegen pal naast het stadion van Fortuna Sittard. Net als in de eerste route laten we de bebouwde kom snel achter ons en schieten we een achterafpaadje in op weg naar Munstergeleen. Dan volgen we rechtdoor op de Geleenstraat en komen bij de eerste klim van dit rondje.

Keldenaar

De Keldenaar is een klim met het venijn in de staart. Hoewel de 1200 meter lengte indrukwekkend lijkt zijn eigenlijk alleen de laatste 300 meter meer dan vals plat. Daar stijgt het op het laatst eventjes aan 7% alvorens we boven aankomen in Puth.

We rijden dwars door Puth en verlaten het dorp aan de afdaling naar Schinnen. Vlak voor we Schinnen daadwerkelijk binnen rijden moeten we even goed afremmen en direct rechts afslaan. Dit maakt het stukje door Schinnen een stuk eenvoudiger en prettiger fietsen. Op de viersprong links gaand, komen we bij het station en de befaamde stroopfabriek. Hier duiken we onder de snelweg door (goed uitkijken!) en was het plan om via Hegge door te rijden naar Spaubeek. Wegwerkzaamheden voorkomen dit plan en we besluiten een alternatief.

profiel route Groot Haasdal

Hoogteprofiel (via Strava)

Nagelbeek

De klim van Nagelbeek begint met een tiental meters kasseien, maar dan keert het asfalt terug. Het is een heel rustige klim die uitkomt bij de zand/ steengroeve van Schinnen. Parallel aan deze klim lopen nog drie klimmen (Eyskensweg, Lindenweg en Vloedsgraaf), maar uiteindelijk komen allen aan op de top, aan de Houwnasweg (dit is ook de top van de Grijze Grubben kapelklim).

We dalen de Houwnasweg af met een noodvaart en onderaan draaien we scherp rechts. Hier golft het landschap prachtig en wij rijden een klein lusje om de negorij Terstraten heen. We dalen de Nelisweg af en pakken dan het kleine klimmetje van Hunnecum om bij de provinciale weg (N298) uit te komen.

Het plateau van Schimmert tot Raar

Nu blijven we een tijdje op het plateau hierboven rijden. We rijden via Aalbeek richting Schimmert, maar slaan vlak voor Schimmert af richting Raar. Eenmaal in Raar kunnen we kiezen voor de korte- of lange Raarberg en de Visweg om af te dalen naar Meerssen. Deze laatste spreekt het meeste tot de verbeelding en dus kiezen we de Visweg.

Onderaan rechts komen we uit op de doorlopende weg richting Ulestraten. Vlak voor kasteel Vliek is er nog een nieuw klimmetje, de zoveelste Putstraat die hier in Zuid Limburg te vinden is. Een gelijkmatige klim van een paar honderd meter aan zo’n 4% gemiddeld. Lekker om in gestrekte draf naar boven te rijden. Terug naar Ulestraten gaat het weer en via Oensel rijden we naar de top van de Adsteeg om deze vervolgens af te dalen tot in Beek. Door de langdurige wegwerkzaamheden pakken we de ‘toeristische route’ door Beek en rijden we een extra blokje om.

Via Neerbeek en Geleen brengt de route ons in een kleine 10km en zonder andere moeilijkheden weer bij het startpunt aan het Tom Dumoulin Bikepark.

Download route

Relive ‘Rondje Oensel en co.’

Route van deze toch op de kaart

Schilderachtig Slenaken

Startlocatie voor de route

Startlocatie (klik om te vergroten)

Statistieken

Lengte: ± 88 km
Hoogtemeters: ± 900
Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld

Startlocatie

Tom Dumoulin bikepark, Lissabonlaan, Sittard. Er is voldoende parkeergelegenheid bij het bikepark.

Beschrijving

We starten aan het Tom Dumoulin bikepark, gelegen pal naast het stadion van Fortuna Sittard. Zonder omwegen verlaten we de stad aan de Zuidkant. We volgen de onzichtbare Geleenbeek naar Geleen en kruisen de snelweg A76 en komen aan in Spaubeek.

Hobbelrade

Hier begint de eerste klim van de dag: Hobbelrade. Een lekkere opwarmer die nergens moeilijk wordt en binnen anderhalve kilometer staan we buiten alle drukte op het plateau.

De route doorkruist Genhout, Klein Genhout en Kelmond en we naderen het vliegveld van Maastricht. In Ulestraten ligt een piepklein heuveltje waar we even over moeten om in het prachtige Waterval terecht te komen. Hier waan je je in een andere tijd en plaats, het doet zelfs wat hobbit-achtig aan. Na Waterval volgt Meerssen alwaar we even door het centrum fietsen om al snel af te draaien. We schieten onder de volgende snelweg door (A79) en voor de hongerigen onder ons vinden we even later Uitspanning De Nachtegaal.

Hoogteprofiel van de route

Hoogteprofiel (via Strava)

Geulhemmerberg

We gaan voort over het rustige fietspad richting Geulhem. Aan de rechterkant bevinden zich de uitlopers van de mergelgrotten van Valkenburg. Even later passeren we camping ‘t Geuldal. Dan komen we aan bij de tweede klim van de dag, de Geulhemmerberg.

Dit is een erg regelmatige (zo’n 6% a 7%) klim van zo’n 1200m. Het laatste stuk vlakt flink af, maar het eerste stuk, langs de rotswoningen, is best pittig. Een goede klim om de benen eens goed op te testen zullen we maar zeggen.

Het plateau van Margraten

Bovenop draaien we in de richting van Vilt op de N590. Niet de leukste weg en die verlaten we dan ook snel om achterlangs via Terblijt en de Oevergrubbe te fietsen, alwaar de Amstel Gold Race zijn beslissing kende in 2018 met de prachtige winnaar Michael Valgren.

Via Vilt, Sibbe, IJzeren en Scheulder, allen gelegen op het plateau boven Valkenburg, komen we zonder veel moeite in Margraten aan. Een klein stukje rijden we over de N278, maar bij Termaar slaan we rechtsaf voor een mooi stukje achterlangs. We komen uit op de N598 en rijden naar Reijmerstok. Daar dalen we in een mooie lijn helemaal af tot aan Euverem. Nu hebben we een kleine 40 km op de teller, zijn we ongeveer halverwege en is het tijd voor een versnapering. Gasthof Euverem serveert een heerlijke kersenvlaai!

Loorberg

We vervolgen onze weg in Zuidelijke richting en rijden over een golvende weg, via Beutenaken, naar Slenaken. Hier zijn diverse mogelijkheden om de route uit te breiden met een lusje door de Voerstreek, maar wij draaien de Loorberg op.

Een klim die qua profiel erg lijkt op de Geulhemmerberg: nergens echt steil, maar door de lengte van 1400m doet hij toch wel zeer als je je best doet! We draaien eerst met een wijde rechtse bocht het drop uit waarna de klim begint. De weg draait terug naar links en je ziet recht voor je het hotel dat de top markeert. De weg stijgt hier onveranderd met 5% a 6% gemiddeld. Er wordt hier veel gefietst en dus kun je een andere fietser als richtingspunt nemen. Als de weg naar rechts draait zijn we er bijna. Een lange linkse haarspeldbocht en het laatste stukje rest ons van de top.

We vervolgen onze tocht met de afdaling van de Schweiberg. Een heerlijke lange afdaling van zo’n 2 km door het gelijknamige dorpje. Aan het einde moeten we wel flink in de remmen en steken we de Eperweg over in de richting van Mechelen. Ook hier zijn diverse uitspanningen om de vermoeide fietser weer op weg te helpen en zelfs een fietsenwinkel.

Zicht op de GulperbergDe NeelZicht op de EyserboswegVrakelberger vallei

Gulperberg (oost)

Wij rijden echter door. Bij de kruising met de Capucijnerweg gaan we rechtdoor, (links kom je bij de extreem steile Kruisberg, die bewaren we voor de volgende keer). Als snel bereiken we Partij en daar ligt ie dan, de Gulperberg.

Een ultrakorte klim van slechts 400m. Ook het gemiddelde stijgingspercentage van 8,5% maakt ons niet echt bang. Het zijn echter die laatste 200m van deze klim die de meeste angst in boezemen. Steeds steiler wordt het en de benen schreeuwen om zuurstof. Het groepje bomen aan de rechterkant markeert de top. Hier slaan we rechtsaf en puffen even uit. Vergeet niet om een groet te brengen aan ‘De Neel’, hij heeft hier een beeld gekregen en bekijkt het prachtige uitzicht.

We dalen af via de andere steile kant van de Gulperberg en staan in het centrum van Gulpen. Via de Kiewegracht verlaten we Gulpen alweer op weg naar Wijlre. Vlak na de Brand brouwerij wacht de volgende klim alweer.

Elkenraderweg

De Elkenraderweg is een onbekend pareltje dat begint vanaf de Valkenburgerweg. Het dorpje Elkenrade dat de top markeert staat goed aangegeven. Het is een klim in twee delen, het eerste kort en pittig, het tweede langer en minder steil. Ertussen ligt een afdaling waar je heel even bij kunt komen. Alles bij elkaar is het een klim van 1800m aan 3,2% gemiddeld. Boven aangekomen bij de T-splitsing komen fietsers die de Eyserbosweg hebben gedaan vanaf rechts. Deze duiken direct de Vrouwendelweg af om in razende vaart naar de Vrakelbergerweg te rijden. Wij pakken echter de afdaling van de Bronkweg, een stuk minder bekend en wat bochtiger, maar ook hier kun je het laatste stuk alle remmen loslaten.

Fromberg

Onderaan even goed remmen en links af. Heerlijk relaxed cruisen we de Vrakelbergerweg af. Na een halve kilometer is het echter weer gedaan met de rust: de Fromberg wacht ons.

Het eerste stuk van de Fromberg is direct het zwaarste. Na zo’n 300m wordt het echter een stuk makkelijker. We draaien met de bocht mee naar rechts. Hierboven, tussen de wijngaarden, is het asfalt korrelig en lijkt er altijd tegenwind te zijn. Ondanks de geringe stijging (3% a 4%) is dit stuk altijd weer zwaar. Bij de picknickplaats rijden we rechtdoor. De traditionele kant van de Fromberg kiest hier voor de afslag linksaf voor een laatste paar honderd meter waar de weg lichtjes golft. Wij rijden rechtdoor en hebben rechts een prachtig uitzicht over de vallei.

Op en af door Ransdaal, Termaar en Klimmen

Nu volgt het laatste stuk van deze route. Een stuk van zo’n 20 km met mooie afdalingen en kleine klimmetjes tussendoor. Het wordt nergens meer echt moeilijk meer, maar de gedane arbeid kan wel zwaar wegen.

Allereerst dalen we af naar Ransdaal via de zeer rustige Achtbundersweg. Dan volgt de klim vanaf het station tot boven op in Termaar. We dalen af tot in Klimmen en moeten daar de Schoolstraat op. Boven slaan we linksaf en bij de rotonde even later gaat het weer naar beneden, naar Hulsberg. Ook hier is een schoolstraat en ook deze loopt omhoog. Bovenaan komen we bij de N298 en deze volgen we een klein stukje tot Aalbeek. Hier volgen de laatste meters omhoog op de Nieuwenhuysstraat.

Als we Schimmert hebben bereikt weten we dat het van hier af nog enkel vlak of dalen is naar de finish.Over het plateau van Schimmert rijden we richting Spaubeek waar we de dorpsstraat afschieten. Terug door Geleen rijden we in enkele kilometers terug naar het Tom Dumoulin bikepark.

Download route