De ontbrekende beklimmingen uit het Zwarte Woud

Hoewel we in het verleden al 3 keer eerder in het Zwarte Woud zijn geweest, gaan we deze vakantie toch weer een weekje neerstrijken in dit gebied. Wat maakt het nu eigenlijk dat we hier zo graag komen? De gunstige ligging is een eerste reden die me te binnen schiet. Met slechts enkele uren rijden vanaf Limburg ben je al in het Zwarte Woud. Ook als je uiteindelijk wilt gaan fietsen in de Alpen, dan is een tussenstop in het Zwarte Woud een goede optie. Zeker als de eindbestemming in Zwitserland, Oostenrijk of Italië ligt.

Hoewel de wegen niet overal even goed begaanbaar zijn voor de racefiets, denkend aan de vele bordjes met ‘strassen schade’, is het over het algemeen prima wegdek. Qua drukte op de weg zijn er grote verschillen. Zo is bijvoorbeeld de Feldberg echt niet prettig om op te fietsen: de weg is simpelweg te druk. Ook op de Schwarzwald Hochstrasse (de B-500) is het soms behoorlijk druk en in de weekenden zijn de motorrijders de baas zo lijkt het. Daartegenover staan diverse heel rustige beklimmingen en een beetje op tijd vertrekken helpt ook mee!

Tenslotte is ook het prijskaartje niet onbelangrijk. De prijzen zijn in (dit deel van) Duitsland nu eenmaal lager dan bij ons in Nederland en veel andere vakantielanden. Niet zo gek dus dat we weer neerstrijken in dit mooie gebied!

De camping

Net als 10 jaar geleden, zetten we onze tent op in het kleine dorpje Schönau, dat aan de drukke B317 ligt. We komen op de zogenaamde ‘zeltwiese’ terecht, eigenlijk niet meer dan een weilandje direct aan die drukke weg. Niet ideaal, maar we hebben eigenlijk geen andere camping kunnen vinden in de buurt en wilden toch wel graag kamperen. De afstand tot de toiletten is een kleine 200 meter dus dat is (vooral ‘s nachts) een heel gedoe. Er is gelukkig wel stroom. Waarom we hier dan toch gaan zitten? De laatste ontbrekende beklimmingen uit het befaamde boekje van Alex Polfliet willen we nu toch eindelijk wel eens gaan doen. Zoals bijvoorbeeld de Hochblauen, de Feldberg, Schauinsland en Belchen. Als toetje doen we een prachtige klim genaamd de Tiergrüble.

Sirnitz Sattel en Hochblauen

Tijdens de klim naar de Sirnitz Sattel

Op de eerste fietsdag rijden we door Schönau naar het zuiden naar het volgende dorpje Wembach alwaar de eerste klim gaat starten. Het is de Sirnitz Sattel, die we jaren geleden al eens van een andere zijde hebben beklommen. Vandaag dus de oostelijke zijde vanuit Wembach. Dit is echt een klim met veel gezichten. Allereerst is het heel rustig op de brede weg die ons langs de Böllenbach richting de dorpjes Niederböllen en Böllen zal brengen. Zeker in het begin valt het erg mee, de eerste 5 kilometer is het min of meer vals plat met stijgingspercentages van 3 a 4%. Vlak voor Böllen wordt het even gemeen steil, met een strook die ruim boven de 10% helt. Wanneer je de huizen bereikt en de lange linkse bocht doorrijdt is dat leed in elk geval geleden en komen we even later op een tussentop.

Vervolgens daalt de weg over zo’n 2 kilometer en komen we in Neuenweg uit. Hier is het even goed opletten dat we de juiste weg nemen, anders staan we zo weer beneden. Bij de omgekeerde Y-splitsing pakken we de rechterkant en volgen de L131 richting de top van de Sirnitz Sattel. Het is nu nog zo’n 5 kilometer naar de top waarvan het venijn in de staart zit. De eerste 2 km zijn goed te doen en we rijden door een prachtig dal met links zicht op de Nonnenmattweiher. Een stukje verderop is een boer bezig met het afrasteren van de weg zodat de geiten en schapen niet de weg oplopen. Het stinkt hier verschrikkelijk en dus schakelen we bij om hier gauw voorbij te komen. Dan volgen er twee haarspeldbochten die ons weer een stuk hoger brengen. Nu is de finale begonnen en wordt het nog even pittig. Een stukje verder komt de noordelijke zijde van de beklimming, die gestart is in Munstertal en eigenlijk flink zwaarder is, erbij en maken we ons op voor het laatste stukje richting de parkeerplaats die de top markeert.

De afdaling richting Badenweiler is, zeker in het begin, heerlijk. Zo kunnen we weer even wennen aan het dalen en prompt stuiten we op een trage auto die het erg rustig aan doet. Beneden bij het zwembad geeft de route aan dat we linksaf moeten om te starten met wat de zwaarste klim van het Zwarte Woud zou moeten zijn: Hochblauen. Eerst pauzeren we even om onszelf wat moed in te spreken en een reepje te eten.

Toren op de top van Hochblauen

Badenweiler is een echt Kürort en dat zullen we weten ook. Overal zijn statige hotels met allerlei baden. Hoewel de beklimming volgens mij al gestart is, is het goed te doen. We tanken nog even nieuw water bij en vervolgen onze weg. Vlak buiten de bebouwde kom slaan we af naar de L140 en hier blijkt de klim dus echt te beginnen. En dat zullen we weten. Meteen een steile passage van 10% voor de kiezen en de ketting kan op het kleinste tandwiel. De weg is breed, maar in slechte staat en door het bos maken we snel hoogte hoewel dat niet te zien is. Ik denk nog: gelukkig is dit geen alpencol en kan dit zo geen 20 kilometer doorgaan, maar het is zeker zwaar. Uiteindelijk duurt dit zware deel, waar het steeds tussen 8 en 10% stijgt, zo’n 7 kilometer. Het gaat eigenlijk wel lekker en ik heb er aardig de pas in. De Garmin op mijn stuur telt rustig de kilometers af tot waar de top loopt en uit de reviews van het apparaat herinner ik me dat het apparaat niet altijd de top correct weet te vinden. Ik hoop dat dat vandaag wel zo is, want je gaat je toch richten op de afstand die je nog te gaan hebt.

Na een paar kilometers komt de verwachte splitsing. De doorgaande weg rechtdoor pakken we straks als we weer gaan afdalen. We slaan rechtsaf voor de finale 3 kilometer naar de top. Hier is het ietsje makkelijker, maar het blijft zwaar. De reeds gereden kilometers gaan ook tellen tenslotte. Het stijgingspercentage is nu zo’n 7-8% en het wegdek nog iets slechter, maar ergens put ik wat moraal, wetende dat de top verlossend zal zijn en dat ik er wel even kan uitrusten. Op 1200 meter van de top verdeel ik het restant in blokjes van 200 meter. Die tel ik rustig af. Ineens zie ik de toren die de top markeert tevoorschijn komen uit het groen en schakel ik een tandje bij. 300 meter verder bleek dat toch wat te enthousiast en schakel ik weer terug. Dan volgt de laatste rechtse bocht en zie ik de streep. Toch weer een tandje erbij en naar die streep sleuren. Dan is het uithijgen en wat drinken. Een zware beklimming deze Hochblauen, dat is zeker!

Schwarzwald Super, Weisenbach Sattel en de Feldberg

De dag erop, het is inmiddels 25 augustus 2019, vindt de toertocht Schwarzwald Super plaats. Een toertocht over de mooiste beklimmingen van het Zwarte Woud. Voor een gouden plak is het de bedoeling om meer dan 250 km en zo’n 6500 hoogtemeters te overwinnen. Echt een supertocht dus. En met zijn 675 deelnemers veel kleinschaliger dan de gemiddelde toertocht in Nederland of België. Wij hebben ons echter niet ingeschreven en gaan dan ook ons eigen rondje rijden. Vanuit Schönau vertrekken we vroeg op de ochtend in verband met het warme weer voor een tocht over de Weisenbach Sattel en de Feldberg. De eerste hebben we een aantal jaar geleden al beklommen, maar we moeten er opnieuw over om aan de ‘goede’ kant van de Feldberg te komen. Daarover zo meer.

Hochkopfhaus

Het eerste stukje vanaf Schönau naar Geschwend moeten we over de B317. Een drukke weg waar je liever niet op terecht komt, maar op sommige stukken is gewoonweg geen alternatief. Gelukkig is het echt maar een klein stukje omdat we pas vanaf Utzenfeld op de grote weg terechtkomen. Bij de afslag naar Geschwend wordt het ineens erg rustig. Ondanks dat het een weekenddag is en we de hele dag last gaan krijgen van lawaaiige motoren, zitten hun berijders nu nog aan de koffie en hebben wij het rijk alleen. De klim naar de Weissenbach Sattel doet ons erg goed. Je kunt deze klim het beste in tweeën splitsen. Het eerste stuk van zo’n 5 km is erg goed te doen, we rijden door een lieflijk dal, de weg is goed en het is prachtig hier. Het tweede deel toont deze berg zijn andere kant. Het wordt pittig met zo’n 4 km aan gemiddeld 7-8%. Zoals gezegd hebben we hier eerder gereden, zo’n 10 jaar geleden, maar het gaat nu gemakkelijker dan toen. Inmiddels zijn we aan de laatste rechte strook begonnen die naar de top leidt. Er zou daar een soort Mondriaanhuis moeten staan (in het Duits is de naam Hochkopfhaus), maar ofwel het is weg, of ik vergis me. Bovenaan gekomen blijkt het er nog steeds te staan, maar enkel vanaf de andere kant (de klim uit Todtmoos) zie je het huis reeds van verre staan.

We rusten even uit op de top en wat blijkt, achter het Mondriaanhuis komen om de zoveel tijd wielrenners uit een weggetje die meteen de afdaling richting Todtmoos induiken. De deelnemers aan de Schwarzwald Super komen we hier tegen, die dan net de Tiergrüble hebben beklommen, die (al weten we dat nog niet) voor later in de week op ons lijstje staat.

Na een korte pauze gaan ook wij de afdaling in. Die loopt heerlijk en ondanks de vele bochten staan we na korte tijd beneden in Todtmoos. Hier pakken we direct de afslag richting Sankt Blasien en moeten we meteen weer 3 km klimmen. Dit stuk is nieuw en onbekend, maar behoorlijk zwaar. Het motorenverkeer is inmiddels op gang gekomen en dat bevalt ons maar matig. Ze rijden hard, stinken en maken erg veel lawaai. Bovendien zijn het er echt superveel. Op een zondag in augustus op de fiets door het Zwarte Woud is vragen om dit soort ellende. Maar goed, op de top met een broodje in de schaduw is het ook wel weer echt vakantie.

De afdaling naar Sankt Blasien gaat hard en is heerlijk. De grote kerk met zijn groen geroeste koepel komt snel dichterbij en ziet er schitterend uit. Vanaf hier wordt het een beetje een lastig rondje. Het plan is om naar de Schluchsee te rijden en dan Noordwaarts tot we de B317 tegenkomen, linksaf slaan en de Feldberg oprijden. Dat blijkt echter nogal lastig omdat de weg zo druk is.

Voor de Schluchsee komen we ineens een bordje tegen dat fietsers aanraadt linksaf te slaan. Dit doen we vol goede moed, maar het pad wordt als snel een gravelpad en later zelfs een veredeld bospad. Als dat maar goed gaat met de dunne bandjes. Het blijkt dat we langs de Westrand van het meer rijden. We ontkomen zo aan het drukke verkeer op de B500, maar krijgen er de zondagmiddag drukte voor terug. Wandelaars, fietsers, het lijkt wel alsof heel Duitsland hier zijn vrije zondag komt besteden. Niet zo gek ook, want het is hier echt prachtig. Rechts hebben we vaak goed zicht op het grote meer en het ruikt hier ook lekker! Halverwege kunnen we de bidons nog even bijvullen, dat werd ook wel tijd. Uiteindelijk is het zo’n 6-7 km op het gravelpad en dan komen we weer op de echte weg uit. De B500 is ook druk en lijkt niet echt bedoeld voor fietsers. Eerst hebben we nog een stuk fietspad, maar later buigt dat ineens af en staan we in Altglashütten en zijn we de weg een beetje kwijt. We moeten toch verder en gaan dan maar een stuk over de B500. Niet ideaal. Even later komen we bij de kruising met de B317 en zien hier meer fietsers. Geen van hen slaat echter af richting Feldberg.

Gelukkig is het zondag en is er nauwelijks vrachtverkeer. Nu is het druk, maar als je goed op het randje blijft fietsen, is het ook wel te doen. En de klim is niet zo zwaar vanaf deze kant. Het is wel de kilometers aftellen, maar je wilt de hoogste berg van het Zwarte Woud toch een keer gedaan hebben. Vanaf de kruising B500-B317 is het zo’n 5 kilometer tot de afslag waar de klim begint. Dan rijden we op ons gemak naar de parkeerplaats op de top in de stellige overtuiging dat we toch niet helemaal naar boven kunnen. In 2015 hebben we hier met de auto gestaan en zijn we met het gondeltje naar de top gegaan. Nu blijkt dat de informatie uit Alex’ boekje wat verouderd is: er is inmiddels een fietspad dat helemaal naar de top loopt. Een kilometer of 3 met heel steile stukken, maar we kunnen per fiets de top bereiken!

Alternatieve top van de Feldberg

De enige vraag is nog, waar is die top nu precies? Er blijken boven twee grote torens te staan, ongeveer een kilometer van elkaar. De ene markeert de echte top van de Feldberg, waar ook de gondels aankomen en heet de ‘Feldbergturm’. Ik was echter doorgefietst omdat ik nog een mooi steil stukje zag (en de andere toren) en dacht dat daar het hoogste punt lag. Deze tweede toren heet de ‘Neue Feldbergturm’ dus ze zijn er zelf ook nog niet helemaal uit. Er ligt bij de tweede toren ook nog een oud weerstation. Het is er druk met wandelaars die dit stuk helemaal zijn komen lopen, ik ben blij dat ik het kon fietsen! Na even bellen zijn we even later weer samen om het rondje te beëindigen met een prachtige afdaling terug naar de camping.

De afdaling naar Todtnau en vervolgens Schönau gaat heel hard en hoewel het nog steeds druk is, rijden we ook hele stukken alleen omdat er bovenaan gewerkt wordt aan de weg en de auto’s dus in groepjes voorbij komen.

Al met al zijn we de hele dag op pad geweest en komen we tot 85 km met 1500 hoogtemeters. Na twee dagen op de fiets gaan we morgen even lekker niks doen!

Uitzicht vanaf de Feldberg

Dagje niksen bij het zwembad

De volgende dag is het nog steeds prachtig weer. We slapen lekker uit in en niksen wat bij de tent. Het wassen van de fietskleren hoort er wel bij natuurlijk en alles droogt snel zo. ‘s Middags gaan we lekker bij het zwembad in de schaduw liggen en duiken af en toe even onder. Een heerlijk dagje niks doen, we zijn tenslotte op vakantie.

Belchen en Schauinsland

Dan volgt de dag erop de koninginnenrit van dit verblijf in het Zwarte Woud. We gaan vroeg op pad omdat het weer warm beloofd te worden en starten met de klim van Belchen. Startpunt van deze klim, die we reeds in 2009 hebben gedaan ligt precies tussen Schönau en Utzenfeld in. Bij de afslag naar Aitern pak je de L142, ook bekend als de Belchenstrasse dus dat kan niet missen. De eerste kilometer tot Aitern is meteen pittig. De weg is lang en recht en stijgt met zo’n 7%. Echt opwarmen zat er niet in en dus hakt het wel in de benen.

Vanaf het begin staat de Belchenbahn aangegeven op de borden. Dat is een mooi richtpunt. De klim is erg rustig en constant met steeds zo’n 7-8% stijging. Je kunt dus aardig in je ritme komen en echt vies steil wordt het niet. Na een paar kilometer volgt daadwerkelijk de passage uit het boekje van Alex. Hij beschrijft dat je in een wijde bocht naar links zo het terras kan opfietsen van een hotel-restaurant en dat is ook echt zo. Helaas is het nog vroeg en bovendien, we willen naar boven. We volgen dus de weg om het etablissement heen en klimmen verder.

Dan zijn we bij de afslag naar de Belchenbahn. Als je echt naar de top van Belchen wilt, naar het Belchenhaus, ga hier dan links en rijd tot het stationnetje. Achter de ingang van de lift is een keienpad, niet echt geschikt voor onze dunne bandjes, maar gelukkig is het een klein stukje. Hierna is het nog een kilometer of 3 en het eerste deel is iets gematigder. Geen auto’s hier dus nog rustiger dan het eerste deel. Eerst nog een stuk door het bos en dan volgt het prachtige laatste stuk naar het Belchenhaus. Langs open velden en met mooi uitzicht aan de linkerkant in de richting van de Hochblauen waar we al eerder waren.

Uitzicht vanaf de top van Belchen

Het laatste kilometertje is nog even pittig met een stuk van 9% en dan zijn we boven. Erg leuk om hier na 10 jaar opnieuw te zijn en deze beklimming is toch wel een stuk makkelijker gegaan dan toen. Mooi ook dat we aan de ene kant de twee torens van de Feldberg kunnen zien in de verte en aan de andere kant de toren van Hochblauen: we zitten er precies tussen in.

We dalen af, terug naar de Belchenbahn en lopen weer door het grint. Dan door richting Hohtann en door naar de top van de Wiedener Eck. Dan is het afdalen in de richting van Münstertal over de L123. Een prima afdaling maar we zitten een beetje krap in het water. Nergens is een kraantje te zien dus we moeten het er maar mee doen.

Aan de voet van Schauinsland

Beneden aangekomen nemen we de afslag richting de Schauinsland en daar staat een bordje dat ons schrik aanjaagt. Er staat 18% op. Uiteindelijk wordt het dat nergens volgens mijn apparatuur, maar het boezemt angst in voor wat komen gaat. We hebben uiteraard het profiel van deze Zuid-Westelijke zijde van de Schauinsland bestudeerd en vooral het begin is superzwaar met klaarblijkelijk 3 kilometer van zo’n 12% gemiddeld!

Om klokslag half 12 ga ik eraan beginnen. De eerste hectometers gaat het nog prima en is er voldoende schaduw. De weg is vrij smal en hier en daar staan wat losse huizen. Dan begint een eerste steile strook die het sap uit de benen doet wegvloeien. Het helt hier eerst 10%, maar even later zie ik al 11, 12, 13 en zelfs 14%. Vlak daarna vlakt het weer af en inderdaad, 7 en 8% voelen bijna als vlak na die inspanning. Dan wordt het weer steil, minder gemeen maar nog altijd 10%. Ik rits mijn shirt helemaal open. De benen doen zeer en het hart bonst in de buurt van het omslagpunt. Met 9% wordt het weer wat draaglijker maar ik rijd wel de zon in. Hier is het echt warm en het wordt weer 12%. In de verte zie ik Leonie rijden en dat is leuk, dat verzet de gedachten een beetje en ik kan naar haar toe rijden. Het steile stuk houdt hier erg lang aan, maar de Garmin geeft aan dat het zo ook weer minder wordt. Even volhouden nog in een lange linkse haarspeldbocht en we hebben dit akelige stuk achter de rug. Gezamenlijk rijden we het volgende gedeelte waar je prima op adem kunt komen omdat het hier gedurende anderhalve kilometer een stuk gemakkelijker wordt.

We komen bij een scherpe bocht naar rechts en hier begint de finale van zo’n 2 km. De weg zou gemiddeld 6% moeten stijgen, maar er zitten twee gemeen steile stroken in die toch nog de 10% aantikken. 10 minuten later is het leed geleden en volgt een kort vals plat naar de parkeerplaats die de top markeert.

Currywurst

Nadat Leonie wat rondgekeken heeft op de (wandel)paden rond de top, dalen we terug richting de top van de Notschrei om daarna af te dalen naar Todtnau. Dit is een spectaculaire afdaling met brede wegen en hoge snelheid. Halverwege komen we de Todtnauer watervallen tegen en kunnen we eindelijk wat drinken. We bestellen er ook zo’n fijne curryworst bij, in stukjes met kruiden!

Dan door naar beneden en uitrusten. Vandaag zo’n 55 (zware) kilometers met 1500 hoogtemeters.

De onbekende col: Tiergrüble

Op onze laatste fietsdag van dit eerste deel van de vakantie gaan we nog een ons volledig onbekende klim doen: de Tiergrüble. We hebben hem niet uit het boekje van Alex en omdat de klim echt start in Schönau zitten we hier goed om die nog even aan te vliegen. Na het zien van de rijders van de Schwarzwald Super eerder deze week weten we waar we moeten uitkomen, namelijk bij het Hochkopfhaus bovenop de Weisenbach Sattel, maar we weten niet goed wat we kunnen verwachten.

Ondanks een buitje in de ochtend gaan we om kwart over 9 van start. Vanuit het centrum van Schönau staat een bordje richting het dorpje Tunau en dat is de goede weg. De brede weg versmalt snel tot het nauwelijks meer is dan een fietspad als we het dorp uitfietsen en we rijden direct het bos in. Het wegdek is nog wat nat en de klim start meteen met zo’n 7% a 8%. Hier en daar is een bocht maar verder heerst er een serene rust en stilte. Dit is echt het summum van fietsen in het Zwarte Woud, in alle rust op de fiets in de natuur!

Op de top van Tiergruble

De klim is zo’n 7 kilometer lang en we komen in deel 2. Dat is na zo’n 3 km en hier wordt het even makkelijker met 2 km van 3-5%. Dan begint de finale met nog 2 flink steile kilometers. Ik houd het tempo er goed in en tel de hectometers af tot de top. Plotseling zie ik verder voor me uit een geparkeerde auto en ik zet aan voor de laatste 100 meter. Bij berghut Tiergrüble stop ik om even uit te rusten. We zitten hier op 1086 meter hoogte. Tijdens deze klim hebben we slechts 2 motoren gezien en dat is wel even wat anders dan afgelopen zondag op de Feldberg!

Voort gaan we richting Herrenschwand en even plotseling als we het bos beneden inreden, rijden we er nu weer uit en rijden we tussen de weidelandschappen door. Hier is nog een prachtige plek om foto’s te maken en dat laten we natuurlijk niet na.

Op de top, bij het Hochkopfhaus dalen we bijna helemaal tot Todtmoos. Niet helemaal, want op tijd slaan we rechtsaf en krijgen we meteen weer een kort steil klimmetje voor de wielen. Boven, bij de kapel van de heilige Antonius nemen we onze meegebrachte appel snack uit de Backstübe tot ons. Dan is het lekker dalen, wel zo’n 7 km, over soms natte wegen maar het gaat ons allemaal goed af. Beneden, in Häg slaan we af voor de volgende klim, een pittige van 5 km en 350 hm. In het zonnetje klimmen we naar de kerk in het bovenste deel van het dorp en het is best wel weer warm. In Ehrsberg is gelukkig een kraantje en dankbaar (en geduldig) vullen we de bidons bij.

Uitzicht bij Erhsberg

De afdaling terug naar Schönau is best wel steil en bewaren we voor een andere keer om nog eens op te rijden. Voor nu houden we het na een krappe 40 km en zo’n 1000 hm voor gezien.

Hiermee besluiten we de week in het zuidelijke Zwarte Woud en nemen we plaats in de Biergarten aan de overkant van de camping. Zelfs in de schaduw is het warm, maar de flammkuchen met pommes frites en een groot glas hefeweizen maakt veel goed. Moe maar voldaan kijken we tevreden terug op deze eerste 4 fietsdagen.

Gerelateerde artikelen

Dit bericht werd geplaatst in de categorie racefiets door .

Reacties

Plaats een reactie